2017-06: Aardappel, trips, Met52 OD, inputlijst, najaarsbemesting, graslandvernietiging en groenbemesters

Aardappel

Veel consumptieaardappelen gaan al aardig richting de maat of zelfs erover. Zeker bij kruimige rassen is het meestal niet aantrekkelijk is om veel bovenmaatse sortering te hebben (meestal 65mm of 70mm opwaarts; afhankelijk van de afnemer). Het is lastig om het juiste moment van loofdoding te bepalen. Meest nauwkeurige methode is regelmatig een monster nemen. Bepaal dan wat bovenmaats is en ook: wat snel uit de maat dreigt te groeien. Neem ook altijd een monster voor het onderwatergewicht (OWG). Globaal geldt dat bij een procent of 5 bovenmaats beter actie ondernomen kan worden. Zeker bij rassen of gewassen met veel vitaal loof (bijvoorbeeld connect) is het nodig tijdig te starten met loofdoden. Meestal groeien deze rassen nog wel even door wanneer gestart wordt met loofdoding. In vitale gewassen, zeker bij droge omstandigheden is het namelijk niet verstandig het loof resoluut te doden. Dit omdat dan soms naveleindrot kan ontstaan. Phytophthora is inmiddels ook een item. Neem niet teveel risico’s met een prima opbrengst. Laat aardappels niet te lang in de grond zitten. Rooi indien de partij goed velvast is, er nauwelijks sprake is van rot en de rooiomstandigheden goed zijn. Uiteraard is bij rooien in augustus een goede bewaring – met mechanische koeling - een vereiste. 

Op sommige percelen is er sprake van doorwas. Zeker bij percelen waarbij vroeg weinig loofontwikkeling was. Belangrijk bij doorwas is om goed te kijken wat er gebeurt. Neem tijdig monsters van het OWG (primaire knollen) en herhaal dit regelmatig. Kijk goed of er glazigheid ontstaat bij de primaire knollen. Zolang het loof groen is en de groeiomstandigheden goed zijn, zullen de primaire knollen waarschijnlijk verder ontwikkelen. Als de secundaire knollen groter worden, kan glazigheid ontstaan zeker wanneer de loofkwaliteit achteruit gaat. Na loofdoden gaat dit in een stroomversnelling. Percelen met zeer veel doorwas kunnen soms beter groen gerooid worden.     

 

Tripsdruk

Er is over het algemeen een hoge tripsdruk. De schade die als gevolg van trips kan ontstaan in m.n. witte kool, spruitkool, prei en uien kan enorm zijn. De periode met regen nu dempt de druk enigszins. In goed ontwikkelde uienpercelen zijn soms meer dan 100 larven per plant geteld. Met een hoge tripsbezetting zullen uien later slechter afrijpen en is er in de laatste fase veel minder groeipotentie. Zowel met Flipper als met Tracer worden redelijke resultaten bereikt. Flipper kent geen MRL of wachttijd en heeft nauwelijks tot geen negatieve invloed op natuurlijke vijanden. Tracer heeft overigens niet op alle natuurlijke vijanden een negatieve invloed (effect op zweefvliegen is bijvoorbeeld beperkt). Het moment en de manier van toepassen is voor beide middelen van grote invloed op het resultaat. Met Flipper worden de beste resultaten bereikt met weinig zonlicht. Ook de pH van het spuitwater is belangrijk: gebruik voor Flipper het liefste leidingwater. Controleer anders de pH van het water. Verder: De trips moet geraakt worden, gebruik daarom voldoende water. Maar ga Flipper niet onder een 1% oplossing spuiten. In kool (m.n. spruitkool en witte kool) kan trips voor enorme kwaliteitsproblemen zorgen. In deze tijd van het jaar is er vaak sprake van migratie van de trips uit andere gewassen. Vroeg bestrijden, goed monitoren en een planmatige aanpak is verstandig.

Zweefvliegen in verschillende stadia

 

Met52 OD

Bayer heeft recent een toelating verkregen voor een middel tegen Trips, mijten en witte vlieg. Met52 od staat inmiddels ook op de inputlijst en heeft een toelating in o.a. prei, uien, diverse zaadteelten, kruiden en aardbei. Met52 OD is niet toegelaten in onbedekte teelt van kool (wel in bedekte teelt). De werkzame stof is de schimmel Metarhizium. Wanneer bijvoorbeeld de trips worden geraakt met de schimmel, groeien de schimmeldraden in het insect waardoor deze bestreden wordt. Met het middel zijn nog niet veel ervaringen. Het lijkt erop dat een bij een goede toepassing ongeveer de helft van de insecten kan worden bestreden. Het bereiden van de spuitvloeistof vraagt enige aandacht. Het middel is een stuk duurder dan Tracer en Flipper.

 

Inputlijst

Inmiddels is de inputlijst weer aardig aangevuld. Inmiddels zijn ook diverse soorten bitterzout toegevoegd aan de lijst (zie overzicht hieronder). Ook toegevoegd aan de inputlijst zijn o.a. Turex (bacillus Thuringiensis) en Biox M (muntolie voor kiemremming). Wat nog steeds ontbreekt zijn losse sporenelementen als bijvoorbeeld Mantrac en Solubor. Deze zijn dus niet toegestaan (mits gekocht vóór 1 mei).

Tabel: Verschillende soorten bitterzout

 

Najaarsbemesting

Bemestingen in de zomer of najaar zijn gunstig voor het aanvullen van mineralen. Zeker vaste mest en compost geven ook een impuls aan het bodemleven. De stikstofverliezen zijn vaak wel groot. Maak daarom de goede overwegingen. Een aantal aandachtspunten:

  • Na voorvruchten als graan, vóór groenbemesters of vóór grasklaver of luzerne is een bemesting positief voor een snelle ontwikkeling van de groenbemester of volggewas. Na aardappels, plantuien, erwten en bijvoorbeeld spinazie is meestal voldoende restvoeding voor een vlotte start van het nagewas;
  • Door in de zomer of najaar te bemesten, kan in het voorjaar soms een voorjaarsbemesting of een bemesting met patentkali o.i.d. achterwege worden gelaten. Denk aan peen na grasklaver;
  • Het is niet toegestaan vaste mest aan te wenden op luzerne. Luzerne is bouwland en daarom gelden de uitrijregels voor bouwland. Op grasland mag vaste mest uitrijden wel (uitrijregels grasland);
  • Bedrijven met een negatieve kalibalans kunnen hun mestsoort hierop selecteren. Met compost en champost wordt per kg fosfaat de meeste kali aangevoerd (zie tabel);
  • Bedrijven die moeite hebben om voldoende stikstof aangevoerd te krijgen op het bedrijf kunnen meestal bemestingen in de zomer of najaar zoveel mogelijk achterwege laten. Wanneer wel mest wordt gebruikt: met vaste geiten- of rundermest of compost komt de meeste stikstof beschikbaar voor het gewas in het jaar erop. Met deze meststoffen kan dus – in theorie - het meeste worden bespaard op (bij)meststoffen in het voorjaar;
  • Voor het aanvoeren van zoveel mogelijk A meststoffen per kg fosfaat is groencompost de meest gunstige keuze.

 

Graslandvernietiging

De regels rondom vernietiging van grasland zijn complex. Hieronder een korte samenvatting van de belangrijkste regels:

Op klei- en veengrond geldt:

  • In de periode van 1 febr – 15 sept mag grasland vernietigd worden;
  • In de periode 16 sept – 31 okt en in januari mag vrijwel nooit vernietigd worden (uitzondering bij bloembollen);
  • In de periode 1 nov tot 31 dec mag wel vernietigd worden mits het eerstvolgende gewas anders dan gras is.

Op zand- en lössgrond geldt:

  • Verboden grasland te vernietigen in december en januari;
  • Scheuren in de periode 1 febr – 1 mei mag enkel wanneer er een relatief stikstofbehoeftig gewas wordt geteeld (peen staat bijvoorbeeld niet op deze lijst);
  • Scheuren tussen 11 mei en eind november mag vrijwel nooit, enkel onder uitzonderlijke condities.

 

Groenbemesters

In eerdere blog’s hier en hier heb ik veel aandacht besteed aan groenbemesters. Toch nog een aantal aandachtspunten:

  • Een periode braak kan helpen om wortelonkruiden en opslag uit graan een slag toe te brengen. Zorg echter wel dat het zaaibed voor de groenbemester niet al te grof komt te liggen. Werk op tijd toe naar een fijn zaaibed en stem het type bewerking of de bewerkingsdiepte daarop af;
  • Een goede en snelle opkomst van groenbemesters voorkomt veronkruiding. Houdt rekening dat facelia en bijvoorbeeld klavers hogere eisen stelt aan het zaaien dan gele mosterd en bladrammenas. Zaai daarom dit soort fijne zaden liever met een zaaimachine, stem de zaaidiepte af op de fijnste zaden. Gebruik altijd voldoende zaaizaad en kies een goed moment uit, wanneer er voldoende vocht beschikbaar is. Zeker zaden van granen hebben veel vocht nodig om te kiemen. Juist haver is goed in onkruidonderdrukking;
  • Wanneer op het bedrijf kool wordt verbouwd, vermijd dan alle, of toch zoveel mogelijk brassica’s (koolachtigen) in groenbemesters (o.a. gele of ethiopische mosterd, bladrammenas, deder en tillage radish). Er zijn genoeg alternatieven. Brassica’s in groenbemesters verhogen de druk van koolziekten en –plagen;
  • Bij vroege zaai (tot half augustus) kunnen vooral bladrammenas, boekweit, borage in het zaad schieten;
  • Verplicht biologisch uitgangsmateriaal moet zijn: gele mosterd, bladrammenas, facelia, alexandrijnse klaver, japanse haver, zomerwikke, perzische klaver, haver, gerst en winterrogge.

 

Hou mij op de hoogte!

Laat uw naam en e-mail achter en u ontvangt een mail wanneer er een nieuwe blog verschijnt.