2017-05: Bijbemesten, erwten, grasklaver/ luzerne, wolkbreuk, laat zaaien, rupsen en mestruimte

Bijbemesten

“Is een overbemesting nodig?” Een belangrijke vraag. Zeker in gewassen als zaaiui, rode biet, pompoen, peen, kool en knolselderij wil je niet dat de groei stilvalt door een gebrek. Om wat meer gevoel te krijgen van de toestand verschaft een Nmineraal monster veel duidelijkheid. Binnen een paar dagen geeft dit duidelijkheid. Dit jaar zijn de uitslagen van de stikstofmonsters genomen in de gewassen over het algemeen hoog. In veel gevallen veel hoger dan op basis van de bemesting verwacht zou worden. Dit is wellicht te verklaren door de droge herfst en winter en de goede bodemstructuur. Hoewel een overbemesting vaak wel gepland was kan deze bij een hoge uitslag achterwege gelaten worden. Met enkele tientjes monsterkosten kan dan vaak een veelvoud worden bespaard. Besef wel dat een Nmin monster in droge grond niet heel betrouwbaar is. Ook in een groot koolgewas zegt een N monster weinig.  

 

Erwten

Uit onderzoek is gebleken dat beregenen bij droogte in erwten de opbrengst positief kan beïnvloeden:

  • Beregenen vóór de bloei is niet effectief en in sommige gevallen pakt dit zelfs negatief uit. Enkel doen op zeer droogtegevoelige grond bij droogtestress;
  • Beregening bij het begin van de bloei zorgt voor een toename van het aantal peulen;
  • Beregenen met donker weer en lage temperaturen kan negatief uitpakken;
  • Beregenen tijdens het zetten van de zaden (laat bij ca Tm80) is meestal gunstig.

Met de zeer droge omstandigheden is beregenen met de huidige extreme omstandigheden helaas vaak een kwestie van prioriteiten stellen. Het effect van beregenen in erwten kan wellicht 20% opbrengstverhoging betekenen (ca €900 omzet extra), het kan zijn dat andere gewassen belangrijker zijn. Ook de druk van luizen wordt iets geremd met beregenen. De erwtebladluis kan veel schade doen. 

Afbeelding: soms veel luis in erwt

 

Grasklaver en luzerne

Het gras is zelfs op de zwaarste grond doorgeschoten door de droogte. De klaver groeit vaak nog wel. Het heeft weinig zin te wachten op water. Indien de klaver goed ontwikkeld is en het gras is massaal doorgeschoten, kan toch beter gemaaid worden. Wanneer langer wordt gewacht wordt het herstel van het gras enkel nog moeilijker. Ook de voederkwaliteit gaat alleen nog maar achteruit. Maai hoog genoeg om niet nog meer stress te veroorzaken. Wanneer na de snede wordt bemest en er is voldoende water beschikbaar: Meng liefst zoveel mogelijk water bij de mest. De mest komt beter beschikbaar en het gras profiteert uiteraard van het water.

Luzerne heeft wat minder te lijden onder de droogte. Wanneer de bloemknoppen zichtbaar zijn is de luzerne op een stadium waarin de vegetatieve groei terugloopt en ook de voederkwaliteit minder wordt. Vanaf dit stadium zijn voldoende koolhydraten opgeslagen in de wortel voor de hergroei. Probeer op een droge bodem en met droog weer te oogsten. Het is niet toegestaan luzerne te bemesten met dierlijke mest.

 

Wapenen tegen een wolkbreuk

Je zou het bijna vergeten maar het blijft belangrijk rekening te houden met een periode van heftige neerslag. Ben altijd beducht op de risico’s, daarom wat aandachtspunten:

  • Zaaien van gewassen en groenbemesters is risicovol wanneer kort daarop hevige buien worden voorspeld. Zaai liever enkele dagen voor de buienrisico’s;
  • Dit geldt ook voor mechanische onkruidbestrijding. Beter uitvoeren enkele dagen vóór risico’s op buien, vooral bij gewassen die het veld nog lang niet dicht hebben;
  • Na de laatste mechanische onkruidbestrijding is het verstandig risicovolle plekken in het perceel preventief te ontsluiten met een sleuvenfrees;
  • Kopakkers die nog lang braak liggen kunnen beter worden ingezaaid voor meer waterdoorlatendheid en meer draagkracht.

 

Laat zaaien

Door de droogte en hitte zijn er percelen peen, pastinaak en witlof slecht gelukt of zelfs nog niet gezaaid. Ook tijdens of na opkomst is er soms uitval geweest door zonnebrand of het ondergronds wegvallen. Voor percelen met een slechte stand geldt nu dat ze enkel overgezaaid moeten worden als de stand ver onder de maat is. De omstandigheden voor herzaai zijn niet heel erg gunstig door de kans op onweer. Door het beperkt aantal groeidagen is de opbrengstpotentieel lager. En zelfs bij een peenprijs van 40 cent zijn al circa 10 kisten per hectare méér nodig om enkel de kosten van herzaai te compenseren. Uiterste zaaidata:

  • Peen: eerste week juli
  • Pastinaak versmarkt: eind juni
  • Witlof 3e week juni

In het zuiden mogen deze data iets naar achteren worden geschoven, voor het noorden zijn deze data wellicht iets te laat. Kies voor de late zaai liever voor geprimed zaad. Zaaizaadhoeveelheden zeker voor peen flink verminderen (begin juli nog maar 1,2 mln zaden/ha). Ook pastinaak iets minder zaaien. Een hoge plantdichtheid laat in het seizoen leidt tot weinig lengte van het product.

Afbeelding: wegval peen tijdens de hitte

 

Rupsen in kool

In veel koolgewassen zijn de eerste rupsen al even waar te nemen. De druk is niets vergeleken met die van vorig jaar en er zijn over het algemeen ook niet veel koolmotten waarneembaar in het gewas. Toch is het in gevoelige gewassen wel effectief om bij een redelijke druk van rupsen vroeg in te grijpen. Vroeg ingrijpen betekent meestal dat de rupsendruk later beter onder controle te houden is. Benut gunstige dagen voor middelen op basis van Bacillus Thuringiensis. Vermijdt Tracer in de eerste fase van de teelt zeker. Dit middel is zeer giftig voor veel natuurlijke vijanden. Zo is Tracer zelfs veel giftiger voor spinnen dan de meeste chemische middelen. De dagen dat BT middelen effectief kunnen worden ingezet zijn meestal schaars; donkere dagen met weinig zon en geen regen in het vooruitzicht. Benut deze dagen! De beste werking op koolmot geeft 1 kg XenTari met wat Aminosol.

 

Mestruimte

Als de voorjaarsbemestingen achter de rug zijn is het tijd om te inventariseren hoeveel mestruimte er over is. Bereken tijdig uw mestruimte. Dit geeft ruimte om een eventueel tekort aan A meststoffen op een goede manier in te vullen en de fosfaatruimte zo goed mogelijk te benutten. Wat aandachtspunten:

  • Was er nog sprake van een eindvoorraad van 2016? Of is vorig jaar de fosfaatverrekening aangevraagd? Moeten er nog A meststoffen gecompenseerd worden? Vergeet dit niet!
  • Voor de berekening van het percentage A-meststoffen (minimaal 65%) telt alleen de aanvoer in het kalenderjaar;
  • Check ook of er niet meer dan 170 kg N/ ha uit dierlijke mest wordt aangevoerd;
  • Ga er niet van uit dat de mestaanvoer zoals geregistreerd in “mijn dossier” klopt. Check dit met mestbonnen en uw eigen registratie. Vergeet ook compost en andere niet-dierlijke mest niet. Vinasse en mestkorrels staan niet in “mijn dossier”, neem ze wel mee in de berekening;
  • Voor Demeterbedrijven: Check dat er voldoende categorie I meststoffen worden aangevoerd en er niet meer bijmeststoffen worden aangevoerd dan toegestaan;
  • Voor compost geldt meestal een fosfaatvrijstelling van 50%. Als het fosfaatgehalte erg hoog is moet iets meer dan 50% meegenomen worden. Dit geldt globaal wanneer het fosfaatgehalte meer dan 4 kg per ton is (wel afhankelijk van het d.s. gehalte);
  • Vraag na of schat in of de gewenste mest wel leverbaar is in de gewenste periode. Neem hierin zekerheden. Overleg ook met leveranciers, een beetje beter afstemmen is vaak voor beide partijen gunstig;
  • Bedenk of de najaarsbemestingen wel op de beste plek in het bouwplan worden uitgevoerd. Najaarsbemestingen zijn uit het oogpunt van mineralenefficiëntie ongunstiger dan voorjaarsbemestingen. Toch kunnen er allerlei redenen zijn om in het najaar te bemesten;
  • Werken met voorraden over het jaar heen mag, deze mest moet dan ook daadwerkelijk op voorraad liggen.

Hou mij op de hoogte!

Laat uw naam en e-mail achter en u ontvangt een mail wanneer er een nieuwe blog verschijnt.